Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mail... ik doe zoo veel ik kan voor Aristide... en vroeger ook, toen ik met Thierry was..."

— „O! tut, tut, tut, tut!" — schrikte mademoiselle Villetard.

— „Nee... nee... er steekt geen schande in," ging Jozette, erg opgewonden, door, „het eerste jaar, met Thierry, ik was toen pas zeventien... soms kon hij mij een heele week geen cent voor het eten geven... hij had het niet... hij verkocht toen nog niet veel... maar ik schipperde het wel, ik had altijd nog wel wat overgespaard, ik pofte wat, dat ik de volgende maand weer inhaalde... en als hij dan wat laat kwam, dan zei ik, dat ik al gegeten had, en bewaarde de helft van het maal voor den volgenden dag... ja, 't was niet altijd weelde... ik heb wel dagen honger geleden... op wat brood... maar hij kreeg altijd het zijne... om te kunnen werken... hij heeft de armoe nooit erg gemerkt... Voor Aristide kan ik zooveel niet doen... hij wou niet naar het soort atelier, waar ik zelf wasschen kon en koken... hier, op zoo'n keurig klein kamertje, valt er niet veel te beginnen... maar ik kost hem toch weinig... ik maak mijn kleêren zelf... ik strijk al ons goed... — En waarom ik u dat allemaal vertel?... niet om mezelf mooi te praten bij u, hoor!... maar u bent zoo lief voor mij geweest, deze weken... ik wil niet, dat u zoo slecht over mij denken zult... u mag wel weten, dat wij zoo slecht niet zijn..."

Mademoiselle Villetard zat, achter in haar stoel geleund, verbluft-aandachtig het meisje aan te kijken... ze zei niets terug; dan trok over haar gezicht het zorglijk-verbaasde weg in een doorglanzende genegenheid... Zij knikte, ontroerd en vaag-verheugd, met een uitdrukking van begrijpen.

Sluiten