Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZESDE HOOFDSTUK.

I.

Madame Lourty stond in haar smal keukentje voor het razende gas, en braadde cóteletten.

't Was er heet, broeiend heet, het vleesch siste fel, en de scherp-zware walm, die niet door de twee open schoorsteenkleppen wilde wegtrekken, sloeg haar op de keel. Even, luisterend naar den kant der voordeur, zette zij het tuinraam open... toen de damp vervluchtigde, deed zij het omzichtig, en al luisterend, weer dadelijk dicht.

— „Toe Etienne... ga nou papa een eindje tegemoet... wees eens lief," riep ze de openstaande eetkamerdeur binnen.

Etienne, klein en bleek als zijn moeder, maar met de helle, blauwe, wat starre oogen van zijn vader, zeurde iets terug van „...hè... nee... 't is zoo warm..." en hij ging door met het sorteeren van zijn stapeltjes prentbriefkaarten, die hij naast zijn album had uitgestald over het witte zeil der eettafel; hij zat in zijn hoog-toegeknoopte grijze vest, af en toe den langen hals wat vrij draaiend uit het smalle, nauwe jongensboordje; zijn kleine gele handen, aan magere polsen uit de witte hemdsmouwtjes, treuzelden om over de tafel; zijn jasje hing over de stoelleuning.

Madame Lourty keerde haar drie cóteletten in

t

Sluiten