Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

N

— „Voila... enfin..." dacht ze. Gauw haar stel uitgedraaid, zij naar de voordeur...

't Was Madame Carpentier.

— „Oh!" zei Madame Lourty.

't Gezicht van de concierge-vrouw betrok nog grimmiger:

— „Oui, oui, ma bonne dame," begon ze dadelijk ruzieachtig, „ik kom expres naar boven... tot in de loge is de etenslucht te ruiken... 't lijkt wel een armelui's huis... U moet uw keuken luchten langs het raam, niet langs de voordeur... er wonen meer menschen hier in huis... U moet een hötel huren... dan kunt u spuien zooals u wilt..."

— „Madame Carpentier," zei Madame Lourty, „die lucht komt niet uit m ij n appartement."

— „En uit welk dan?" vroeg brutaal de concierge, uitdagend haire blikken borend de ook kierende keukendeur binnen, naar het gasfornuis — „uit welk dan?... welke voordeur staat er open?... alleen hier... dat wijst toch uit... uw voordeur hoort niet open te staan, als u kookt... u kookt... ik zie uw pan staan met cöteletten... u hebt cóteletten gebraden... de vetstank verpest het heele huis..."

— „Madame Carpentier," zei Madame Lourty nog eens, met de uiterste moeite haar kalmte bewarend, maar haar stem trilde, „die kooklucht komt niet uit mijn appartement... 't is de pot-au-feu van mademoiselle Antoinette... 't is een uienlucht... ik gebruik nooit uien in mijn keuken."

— „Dat zou ik moeten zien... dat zou ik wel eens willen zien."

Het breed statuur der concierge-vrouw maakte aanstalten om binnen te komen.

— „Madame!" stoof nu het vrouwtje op, „u zult mijn huis respecteeren... u gaat te ver!"

Sluiten