Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nen zakdoek en bette hem het gloeiende voorhoofd...

— „Je zal trek hebben, Alphonse!" zei ze opgewekt... „er zijn cöteletten, en heereboontjes... zal Etienne een stukje Brie halen...?"

Lourty knikte, vaag nog, van ja; in zijn diep-uit starende oogen kwam weer een helderheid van bijleven.

„Maakte dat wijf het je lastig?" vroeg hij dof, als half bewust nog maar van wat hij zei.

— „Nee, nee," suste madame Lourty... ,,'t was niets." Dan, haar arm om, de schouders van Etienne, vleide zij dien om de boodschap te doen, even maar naast de deur, voor vier sous Brie... „Ik zal je briefkaarten wel ver-dragen, precies zooals ze liggen, op de salontafel."

Toen zij een kwartier later te eten zaten, waren zij wel bijna een gelukkig huishouden, zoo vreedzaam stil praten ging er rond de vriendelijk verzorgde tafel. Het waren de tallooze kleine oplettendheden van het vrouwtje, haar tact om altijd weer iets ter sprake te brengen, waar het kind en de man genoegen in vonden, die de blijmoedigheid deden weerkeeren in hun kring.

Och, als zij ze maar weer zoo een half uurtje rustig aan het eten had, er waren geen vijandigheden, zij lachten over hun borden en lieten het zich smaken... och, dan was ze al weer dankbaar voor het oogenblik, dan kon ze van voller harte de liefste dingen zeggen.

Maar soms, als tegelijkertijd, van weerszij der tafel, datzelfde opgewonden lachen klonk, diezelfde felle blauwe oogen van vader en zoon op haar gericht waren, dan ging haar een rillinkje langs den rug... dan was het haar, of een hol en ont-

Sluiten