Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heid zweemde weer de valeriaanlucht uit de slaapkamer.

Opeens hield Jeanne met haar werken stil.

— „Sjt! coco..." riep zij tegen den vogel; zij meende iets te hooren, iets van gesmoord snikken, dat van voren kwam... zij luisterde nog eens in de entrée... ach God! ja, Madame huilde... Een angstige bekommernis neep haar om 't hart. En dat verstikte snikken hield maar èl aan... Dat kon zoo niet... zij moest wat doen...

Zij tikte, zachtjes... als zij geen antwoord kreeg, draaide ze omzichtig de deur open en keek naar binnen.

Bij 't kriepen van het slot, kwam met een schrik het vrouwtje overeind uit den canapé-hoek, waar zij neergevallen was te schreien; maar beschaamd voor haar natbetraande gezicht, zakte zij weer terug, het hoofd voorover op haar armen.

Dan, als opnieuw het vogelroepen ging knarsen uit de naaste kamer, voer haar een nerveuze rilling door de leden... „O stil toch, stil toch, stil toch!" smeekte zij met een overspannen zenuwjacht in haar stem.

Jeanne schrok... wat was dat? zoo was Madame nooit... en wat zag ze er uit... zoo wonderlijk wit en zoo weggetrokken...!

Al maar brauwend zijn roep, krauwelde de lorre langs de koperen traliewanden...

Met een toornig rukje deed Jeanne de tusschendeur open, trok haar schort los, gooide die over de kooi; dan liep zij gauw naar het buffet en schonk een scheutje wijn door wat water.

— „Drink maar eens," zei ze; ze was zelf zoo ontdaan, dat het glas beefde in haar hand.

Madame Lourty nam een paar teugjes, die haar

Sluiten