Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZEVENDE HOOFDSTUK.

„C'est 9a... vous revoila...!" zei verrast de kleine dokter Valency, toen hij, op een vooravond in Augustus de loge langs komend, daar Madame Legüenne alleen, in den armstoel aan het open raam vond zitten, als concierge. Hij hield er een uitgebreide theorie op na over de ziekte van het mensch, noemde haar een hereditair-hysterico-peptonique, en benutte, zoo bij wijze van wetenschappelijk amusement, elke ontmoeting om zijn wat romantische diagnose te vergewissen.

Het laatst had hij haar gezien, ook de conciergevrouw vervangende, od een triestigen Junimorgen, maar zoo skelettig en afgeleefd, dat het wel leek of zij den avond niet meer halen zou; nu, in den zacht-zoelen Augustus-namiddag zag ze er fleurigjes en monter uit voor haar doen, verjongd in haar zomersch-frissche kleeren van beige linnen blouse en roode zijden das, die in zachten weerglans opscheen langs haar vale gezicht.

— „En nog altijd melkdiëet?" vroeg dokter Valency, haar scherp monsterende.

De eerst rustig-leêge blik der groote reeën^oogen vervaagde en versmolt, verkwijnde als in overstelping van dankbaarheid; haar hoofd, naar den linkerschouder gezegen, schuin tot den vrager op, tuurde

Sluiten