Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gleed de zomeravond-tuinlucht koel en geurig door het wijd-open raam en alles werd er vriendelijk door en aangenaam aan de oogen. Voor het venster, vroolijk en bedrijvig, tusschen stoelen met stapels wit goed, glom de groote trapmachine; op de tafel was nog de rest van een maaltijd, een pannetje met gestold vet en wortelschijfjes, een bordje met twee afgekloven beentjes, een halfvol wijnglas en een potje jam; door de halfdichte tusschendeur kwam in de aangrenzende kamer het bed te zien... volstrekt niet het armoedige bed van anders, — een breed-gespreid en welverzorgd bed, tegen het hoofdeinde de beide bol-mollige kussens met de groote, geborduurde naamletters in den hoek, en, laag over de bedranden afhangende, de sierdeken van kleurige zijden vakjes en reepjes kant.

Het mannetje, met zijn taxeerende oogen, doorspeurde snel het eerste vertrek, stiet dan vrijpostig de deur verder open en stapte op het bed af.

Madame Legüenne sloop naderbij, beurde met een armzalig lachje een tip van de sierdeken op; — „allemaal oude lapjes," zei ze, „van de klanten... allemaal lapjes..."

Even maakte dat rijk-uitziende, breede bed het mannetje inwendig vroolijk; hij keek met een schuinen blik naar de vrouw, als mat hij haar magerte.

Maar dan, werkelijk verontwaardigd, barstte hij los: _ schaamde zij zich niet? dat liep gekleed als madame Humbert, had de vleeschschotels en de confituren-potten over tafel, dat sliep onder kanten en zij, en een oude man als hij kon zich de beenen kapot loopen om haar een paar franken uit de vingers te krijgen... maar als zij dacht, dat hij zich nou nog langer bij den neus zou laten nemen...

Sluiten