Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ACHTSTE HOOFDSTUK.

I.

Reeds een paar maal was Aristide ongedurig op zijn hoog tabouret verschoven; met voorzichtige halen arceerde hij de laatste windeblaren zijner bijna voltooide teekening. Van half acht in den morgen aan zat hij zich kalm te haasten, om nog op tijd zijn werk af te krijgen, 't Was Dinsdag, en vóór 't eind van de week moest alles in Roubaix zijn.

— „Bouboule, je hindert me," zei hij eindelijk en hij ging strak rechtop zitten, zijn twee handen nadrukkelijk op den rand van zijn ezel, alsof hij niet van plan was één streek meer te doen, voor dat geloop van Célestin eindelijk uit zou wezen.

Célestin, die den vorigen dag was klaar gekomen, hing sinds een half uurtje in den tuin om; op zijn hurken voor het rastergaas had hij zich eerst vermaakt met de twee Guineesche biggetjes uit de buur-volière, die hun schuw-bibberende snuitjes telkens uit de zandholte onder een plank te voorschijn piepten. Toen was hij achter in het rustieke tuinhuis zijn naamletters in een boomtronk gaan kerven, had propjes papier gemikt naar Ninouche, die met nerveuse genotsrillingen over zijn ruggestreng en

Sluiten