Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vage herinnering aan schilderijen uit den Louvre; dan, als de twee loebassen scheldwoorden tegen hem gingen uitstotteren, liep hij door.

— „Rue du Puits-de-l'Ermite," las hij weer; daarop was hij eensklaps in de Rue Monge.

Breed en ruim en met banen blinkende zon over het bruin-gesproeide asphalt, lag de nieuwe straat, druk door 't verkeer van verscheidene trams, maar de trottoirs waren bijna leeg.

— Hoe kón Aristide zoo doen? tobde Célestin; 't was haastt niet te gelooven en toch was het duidelijk: Aristide had 't niet gewoon vergeten... Als hij 'ter toch maar eens voor hield!... doch hij voelde, dat het niet waar was... hij wist zelf niet waarom... En dan kwam er dat knagende droeve weer om zijn hart gekropen, dat andere, dat hij óók zoo goed kende, den laatsten tijd...

Hij nam al gauw weer een zijstraat, geraakte in de bleeke, stille buurten achter het Panthéon, waar bij eindjes het gras tusschen de steenen groeit. Naargeestig was het daar en grijs, of er in de wereld geen vreugde meer bestond.

Célestin stapte nog harder door; hij vertrok zijn baret op zijn dikke haarvacht, als hij achter het Panthéon zelf om liep... de Tour St. Jacques, de Sainte Chapelle, dat was mooi, maar het Panthéon...: een dooie Grieksche „boite" met een ronde deksel er boven op... hij had daar felle theorieën over, die hij graag te pas bracht; maar nu stond zijn kop niet naar heftigheid... het was zoo wonderlijk wee in zijn hart en zijn hersens zaten zoo vol kwelling. Even, met een leegheid van gedachten, bleef hij staan voor het kleine kerkje St. Etienne du Mont, dan stapte hij het breede trottoir van de Rue Soufflot af. Een bolle wind woei hem in

Sluiten