Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NEGENDE HOOFDSTUK.

I.

De herfst was over Parijs gekomen. De heiderkoele morgens en de vroeg-grijzende avonden hielden het zon-warme der middagen omvat als een zomerglans tusschen twee najaars-frischten, en de nachten waren zacht als in Augustus.

Het stadsleven had nog zijn stilleren klop van dood seizoen; de Avenue des Champs-Elysées, in den ochtend, leek een eenzame heirweg bij een provincieplaats, en de groote boulevards, des avonds, in den tintelenden lichtstroom der café's en der draaiende diamant-étalages, hadden duistere kloven, afgestorven trottoir-hoeken onder schemerblinde gevels, waar anders, in wemelende theater-vestibulen, mondain Parijs beweegt...; langs de gesloten hotels op den Boulevard St. Germain bloeiden in vTeemdbleeke ziekelijkheid de kastanjes voor de tweede maal, en in de leêgere alleeën en op de boompleinen van den Luxembourg, tusschen de koperigdorre verschrompeling in der uitgeleefde andere, stond er ook zoo een enkele, als een zonderling verdwaalde onechte lente, schril helgroen van schrieler blad en dun was-blank van kleine kaarsen...

Die boomen-plateau's, waar in het voorjaar en

Sluiten