Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over de breede wegen voor het paleis, en vooral aan de westzijde, in de grashelling-bochten onder de terrassen, waar schaduw lag, — was een druk en stoffig gedwarrel van menschen en roezig kinder-gestoei; maar de kleere-kleuren, die daar dooreen-kluwden, verbleekten en verflensten voor de couleuren-orgie van het herfst-park; alleen het wiegen van een enkele vuur-roode parasol, een vuur-rood jurkje, ergens gehurkt, de hel-blauwsatijnen sleeplinten van een min, spatten op in die flets-tintige mengeling van figuren.

Langzaam, zoodat bijna dei mankheid van haar gang zich verloor in de bedaardheid der schreden, wandelde madame Germaine Dutoit het zonnige pad langs de oostelijke parterres af; regelmatig en maar even tikte haar stok op de gladheid van het asphalt-pad en in de vereffende heftigheid van het gelaat lagen, innerlijk voldaan, de kleine donkere oogen. Haar geest had zich gelescht aan de onstuimigheid der kleuren-woelende bloemenbedden; het was een saamvallen van vurigheden dat, onbewust, haar rust gaf en een ontspannende gewaarwording van evenwicht.

lederen namiddag, vóór het diner, was dit haar geregelde uitgang, en van die wandelingen door de weligheden van den Luxembourg kwam zij thuis, als na een tocht door de menschen-wemeling en de kleuren-veelheid der groote magazijnen, — moe van al het hartstochtelijke, dat haar in de oogen was geslagen, met een kalm geworden hoofd en bevredigde begeerten.

In het voorjaar, zoodra de tulpen-laaiing was gebluscht, liet een tijdlang de tuin haar onverschillig; de teerheid der dauw-blauwe vergeet-mij-niet-bedden, het broze bloesern-gebloei in de vruchtenkweekerij

Sluiten