Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bedrijvigheid, aan het uitpakken van de nieuwe bezendingen hoeden, die sinds een dag of wat in groote vrachten waren aangekomen. Daar zorgde zij altijd voor: wanneer Herz op zijn noodlottige najaarsreis ging, dan moesten de nouveauté'» binnen wezen; dat gaf, twee, drie dagen, een overstelping van werk, die voor tobben geen tijd liet. Ontpakken, keuren, sorteeren, etiquetten aannaaien, vergelijken met de nota's en zelf noteeren... en de „stock" ook diende opnieuw geregeld, uitgezocht de stukken, die, al te ontsierd door het eindelooze oppassen of overmodisch geworden, naar de marchande du Temple gingen... maar ze moest op haar tellen letten: zooveel stuks houden van die soort en zooveel van deze, voor de paar oude patertjes, die altijd weer om hun lijfstukken kwamen; zij moest ook rekenen met de arme seminaristen, die hun hoedjes droegen tot ze groen zagen van de kaalheid en die altijd nog blij waren, in een fatsoenlijk magazijn een koopje te doen aan wat zij „onfrisch" noemde...

Met kracht van wil dwong zij haar oproerige gedachten tot rustig overleg bij het werk... haar hoofd nu bij elkaar houden! goed acht geven!... anders wist ze straks geen raad van de verwarring!

In den versten hoek van het vertrek hoogden de nog onaangebroken blokken van doozen, twaalf in dubbele rij tezaamgesjord met de kruiselingsche windingen van het paktouw tot bouwselen van blinkend karton. Daarvoor, als een warrelige stad aan den voet van een Dom, lag de vloer volgesleept met de in overijling half ontpakte bezendingen, naast heel den uitgehaalden rommel van het vorig jaar, een kris-kras van leêge doozen, doozen met opgespalkte deksels, rijen van hoeden, torens van hoeden, de een op den ander gebold; — tusschen

Sluiten