Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rassen op haar lessenaar, vulde in, rekende na, streepte door wat zij gehad had... Zij liep schokkerigmank van vermoeienis en haastigheid.

Als zij laat op den middag tot aan de gangdeur haar stapels had uitgebouwd, kwamen twee jonge kapelaantjes zich aanmelden bij Jeanne.

— „Entrez! entrez!" riep madame Dutoit, die hun stemmen had gehooTd. Met een paar kortberaden armzwaaien als van een werkman, maakte zij een plek ruimte, sleepte de deur open... Bedeesd stonden de kapelaantjes op den drempel; de voorste zei, dat ze een reishoedje wou'en koopen...

— „Passez messieurs!" noodde weer madame Dutoit, die voor den spiegel den rommel aan het wegsjouwen was.

Blozend beurden de kapelaantjes hun lange soutanes op en stapten met de dikke kousen-kuiten en de lage zilver-gegespte schoenen over de doozen-stapels tot in het eilandje voor den spiegel, waar zij verbouwereerd dan de oogen neersloegen voor hun eigen beeld.

Den avond van den tweeden dag was alles geordend, de magazijnwanden waren smetteloos en glommen van den glans der vele splinternieuwe doozen, en al het afgedankte goedje was in de rommelkamer geborgen, waar de loopjongen van de marchande du Temple het bij een paar karrevrachtjes vandaan kon halen. In haar keurig magasin, waar niets meer te doen viel, dwaalde madame Dutoit als een rustelooze rond bij het tergend getikkel van haar driftig neerkomenden stok.

Zij zag Herz, met zorgvuldig gladgestreken haren en zijn nieuwe blauwe das aan, in een groot vertrek vol vreemdsoortige meubelen, nadenkend op en neer

Sluiten