Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

glazen deur uit. Die was juist bezig geweest zich te verkleeden, knoopte haastig nog de 'aatste parelmoertjes van haar blouse dicht.

— „Non... pas de lettres," zei ze, op een nadrukkelijk tegensprekenden toon en met een meewarig hoofdgebaar, alsof het een uitgemaakte zaak was, dat de andere daarnaar in zelfbeklag vernemen kwam.

— „Non, rien..." zei ze nog eens.

Madame Dutoit, eerst verwonderd over die ongerijmde toespreking, trok plotseling bleek om den neus; zij had de vijandige bedoeling begrepen... zij verwachtte wel geen brief, — op een nietszeggend „Ansicht'je" na, schreef Herz zelden, als hij van huis was —, doch het arglistige in den toon van madame Caxpentier's stem had met een plotselinge hevigheid heel den drang van haar fatale angsten weer omhoog gedreven.

Maar zij beheerschte zich — wat had dat wijf met Herz en haar te maken ? — en zij wou koel doorgaan, toen juist, stemmig in een donker blousje gekleed, Jozette de straatdeur binnenkwam, en zij wel even stilstaan moest, om die door te laten.

Een boosaardig flLkkeringetje versprong in de hardblauwe oogen van de concierge-vrouw; als madame Dutoit, met haar wat voorzichtigen stap over den drempel, dan heenging, schoof zij haar gauw na in de open deur, zoo van gezellig mee buiten even een luchtje scheppen, en met een hoofdwijzing over haar schouder naar de gang, waar zij Jozette zachtjes de trap hoorde opgaan, zei ze:

— „Die ziet er ook niet vroolijk uit... geen wonder... een gemainteneerde... en 'r mijnheer is er van door..."

En met een geveinsde vriendelijkheid wou ze dan nog iets anders gaan vertellen: „1'autre jour..."

Sluiten