Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

A . _ 77 »r -r-n T-*-» o n o m o i m rn i r <->n

wendde zich af.

Zij liep recht door en den hoek om, ging niet naar den Luxembourg; zij liep den heelen Boulevard du Montparnasse af tot de Rue de Sèvres, en langs denzelfden weg weer terug. Haar heup was moe van 't mank-gaan; haar rechtervingers nepen krampachtig rond het ivoren handvat van haar stok.

... Als zij nu zóó eens moest loopen, al de jaren, die zij nog voor den boeg had, een bespotte en verbitterde verlaten vrouw... Het was toch ook vreemd, dat Herz er nooit van gerept had, van trouwen, al kon hij wel denken, dat zij bij haar principe zou blijven. Had hij 't maar eens één keer opgeworpen, tegen al haar stellingen in... waarom had hij 't nooit gedaan? pijnigde zij zich. Zij wist, dat hij volstrekt niet zulke besliste begrippen had, daaromtrent, als zij; waarom had hij dan nooit eens getracht, haar tot een meer normale levens-verhouding over te halen... te meer, waar hij toch dikwijls genoeg had kunnen merken, hoe zij door sommig soort menschen werd aangekeken op hun ongetrouwde samenwoning...? Haar liet het koud, maar waarom had het hèm nooit eens gekwetst?

Dan dacht ze aan Herz, hoe bedrukt hij er dien laatsten avond had uitgezien; zij voelde de armelijke plukjes van het haar in zijn hals... en plots was er een meelij en een warmte in haar, sterker dan haar weifelingen.

Aan den hoek van hun straat zag zij het huis, blank tusschen de rij valere gebouwen, een roomgelen benedengevel en de hooge witte pui daarboven met al zijn versch geschilderde witte jaloezieën tot aan het bloem-kleurend dak-terras. Links van de voordeur lonkte vreemd de groote koperplak

Sluiten