Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze had gerekend aan dat eten den volgenden dag mee nog genoeg te hebben, want zij gebruikte zoo weinig; maar nu was haar iets veel beters in de gedachten gekomen.

— „Ik heb toch weer zoo dom gedaan..." zei ze met een kostelijk comédie'tje van berouwvolheid, „kijk ik nou eens een schaalvol ineens hebben gekookt en daar heb ik om één uur ook al van gegeten... morgen zal het bedorven zijn... zou jij mij straks niet eens helpen, Jozette...?"

Jozette doorzag best de bedoeling: Villetardje wou haar niet alleen laten, dien eersten avond; maar ze zei enkel: „heerlijk! blanquette, daar houd ik zoo van!"

Mademoiselle Villetard keek verrukt, dat haar leugentje zoo goed lukte, en toen Jozette maar aanstonds zelf voor het warm-maken ging zorgen, raakte zij, wat zwakjes-gemakzuchtig, nog daniger in haar schik... nu kreeg ze ook voor een keertje weer eens zonder moeite haar maal opgediend... dat eeuwige kokkerellen en dat altijd weer voor zichzelf hetzelfde bordje en schaaltje opzetten en weer afnemen, daar had zij een zusje aan dood.

Zij zat behaaglijk rechtuit in haar trijpen leunstoel aan tafel, de wat gelige, blauw dooraderde handen in den schoot, en ze keek zoo maar zonder veel te zien, terwijl achter in haar hoofd alweer een nieuw rijtje overleggingen zich uitspon.

— „Kijk, daar heb je het," zei ze opeens liefjesverwonderd, als een oogenblik het klein bedrijf bij het .gaskomfoor in haar aandacht was gekomen, „jij zet het lang op een laag vlammetje, en ik wil altijd alles gauw klaar hebben... ik denk dan: wat is zulk gas toch heerlijk, zoo zet je iets op en zoo kookt het al... maar dan moet je altijd zoo vrééselijk hard roeren, of het brandt aan..."

Een huis vol menschen. 18

Sluiten