Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Jozette had een uitroep van bizondere verrassing. Zij keek heel blij, en verwonderd tegelijk. Maar plotseling betrok haar gezicht. Zij kleurde. Er kwam iets wonderlijk verwikkelds in haar tot klaarheid. Zij voelde op eens die erg blije verrassing als de erkentenis van altijd gedacht te hebben, diep-in, dat Mademoiselle met haar wel nooit zou willen uitgaan. Zij was gekrenkt en vernederd in zichzelf. De tranen drongen haar naar de oogen; zij keek stug, of zij ging weigeren.

En mademoiselle Villetard, zij wist niet waarom, dadelijk na haar belofte, had ook iets vaags van verwarring en beschaamdheid in zich gevoeld.

Ontwijkend eikaars blikken zaten ze een kort oogenblik schuw tegenover elkaar.

Dan was het de groote genegenheid voor Jozette, die bij mademoiselle Villetard het won.

— „Je zult er mij zoo'n pleizier mee doen, liefje," zei ze hartelijk.

— „Heusch waar?" vroeg Jozette, plotseling verlucht.

En in groote opgewektheid spraken zij dan het uitgangetje voor den volgenden middag af.

Toen mademoiselle Villetard, dien morgen, zich kleedde voor de wandeling, was er nog een lichte onrust in haar achtergebleven: als Jozette nu maar niet, in de meening zich netjes te moeten maken, vreemde dingen aandeed... Je kon nooit weten... Maar nee, nee, dacht ze dan weer, Jozette zag er altijd zoo eenvoudig en zoo op en top behoorlijk uit... ze maakte nooit van die rare randen onder haar oogen en ze smeerde nooit rouge op haar gezicht... alleen zooals zij vroeger het haar droeg... dat opvallend zware zwart midden over haar bleeke

Sluiten