Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wangen... en den laatsten tijd had zij ze weer een paar maal zóó met die jongens zien uitgaan; als ze nu maar niet met dat kapsel kwam...

Doch het binnenkomen van Jozette verjoeg al die kleine angsten. Het haar even uitbollend onder den witten canotier, in haar smetteloos wit batisten blousje en wit linnen rok, zag zij er keurig en bekoorlijk uit als een pintere, fijne Engelsche.

Zij mocht gezien worden zoo, dacht mademoiselle Villetard. Alleen -even een loos leugentje: „liefje, er zit een zwartje op je wang," en met de punt van haar schoone zakdoekje tikte zij een ietsje te veel wit bij den linkerooghoek weg, heel losjes maar, want het poederen op zichzelf gaf haar geen aanstoot; al de moeders van haar leerlingetjes hadden het ook gedaan.

En welgemoed draaide mademoiselle Villetard de deur van haar appartementje in het dubbel slot.

Maar op het portaal van de derde verdieping kwam er een onaangenaamheid. Daar stonden, in buurgesprek, de oude Antoinette en Julie van mademoiselle Lefournier. Dat was wel van beiden een haastig beleefd groeten naar het oud mevrouwtje, doch dadelijk daarop een zoo onverholen gezichtsspel van verbazing en misprijzen, dat Jozette het bloed naar de wangen schoot. Een verdieping lager voelde zij nog het vijandig kijken der twee vrouwen in haar rug, en steelsgewijs opzij oogend zag zij met een schrikje, dat ook mademoiselle Villetard sterk had gebloosd.

Toen zij langs de loge gingen, meende zij nog eenmaal een zelfden beleedigend-verwonderden blik te betrappen uit de onbescheiden blauwe oogen van madame Carpentier.

Het was een verruiming als zij eindelijk buiten liepen.

Sluiten