Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan den hoek der Rue du Sommerard om; door het kleine Gothische poortje in den gekanteelden muur kwamen zij op de grijze binnenplaats, goudig van zon en groenig van schaduw, klooster-stil met z'n mooi oud putje van kunstig smeedwerk en z'n stemmige bogengang.

Een weldadige rust kwam over hen beiden, een bevreemding om zóó 1 andelij ken vrede, plotseling na de woelige straten... maar mademoiselle Villetard, vol vuur en waakzaamheid weer opeens, voerde haastig Jozette naar binnen, het duistere museum in, waar de oude stilte nog dieper sprak in den verhallenden stap en het galmende praten van een suppoost met den vestiaire-man; ongeduldig wachtte zij, dat die, met zijn talmende, afwezige gebaren, haar parasol aan zou nemen; zij kreeg er een houten nummertje voor, en toen dat te groot bleek voor het gaatje in haar handschoenpalm, moest ze zenuwachtig lang zoeken naar haar portemonnaie, waar ze het beverig-gejaagd in wrong; dan, haastig, ging zij Jozette vóór, doorliep snel de eerste zaal, waar de donker eiken spinden en kisten haar niet belangrijk leken, — en langs de hooge koorbanken vol beeldengroepen en de zware, lederbekleede koffers schoof zij regelrecht af op de vitrines in het midden der zaal ernaast.

— „Voici! voici!" zei ze, met een kinderlijke opgetogenheid.

In den gedempten lichtval door de weinige en belommerde vensters der laag-gezolderde zaal, rijden daar, wat onduidelijk eerst onder de groote glimmende glas-schijven, de honderden paren historisch en uitheemsch schoeisel...

Mademoiselle Villetard wist zich hier dadelijk terecht... zij overzag even haar vitrine-reeksen...

Sluiten