Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die haar altijd als een opperste van verfijnde snoeperij hadden toegeschenen.

Ze was wel eens op het punt geweest er binnen te gaan en ze te koopen, had het toch niet gedaan; met een kleine epicuristische belustheid had ze gedacht: nee, van die taartjes moest ze het volle plezier hebben, die wou ze alleen eten op een heel bizonderen keer of bij een feestje... Ze vond het nu genoeglijk en lief, met mademoiselle Villetard dat feestelijkheidje te beleven.

Maar voor zij tot aan de Rue Monsieur le Prince waren gekomen, vroeg het oude vrouwtje: „Zou het niet al te druk zijn in dien winkel, Jozette? ik houd zoo niet van die erge drukke gelegenheden..."

Zij had een huis of vier van te voren een melkinrichting gezien, een heel net winkeltje, alles wit geschilderd, proper en met een blinkende uitstalling van kopjes en bordje® op een toonbank; „thé, café, chocolat" had zij op een groot wit karton voor 't eene raam gelezen. Daar leek het haar zulk een aardig en rustig-vertrouwd zitten.

Toch liep zij nog mee bij den apotheker den hoek om, volgzaam onder de aandrift die van Jozette uitging; maar toen zij, achter de twee trottoirstukken vol menschen voor de beide koffiehuizen, het trottoir van den suikerbakkerswinkel ook tafeltje aan tafeltje bezet zag — één onderscheidde ze er duidelijk, twee jonge mannen zaten er met bakjes roze ijs en glaasjes groenen drank voor zich — toen schrok ze terug.

— „Nee, nee," zei ze wat bazig in haar plotselingen angst, „daar gaan we maar niet; ik weet iets veel beters!"

En zoetjes sukkelden ze terug naar de melkinrichting.

Een huis vol menschen 19

Sluiten