Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met hun hoevelen of ze waren?... ja, lieten ze eens zien... de patronne en de „première première" en de twee andere premières en drie apprêteuses en drie garnisseuses... ja, 't was een groot atelier... dat waren er al tien... en dan de recopieuse en de vijf leermeisjes en de twee verkoopsters en de manutentionnaire.

Wat dat was? vroeg mademoiselle Villetard.

— Wist zij dat niet? — dat was de juffrouw, die het toezicht had over het „heilige der heiligen," de groote bergplaats... waar de matefialen lagen... de manutentionnaire gaf alles uit... o gunst! nee! dat ging maar zóó niet!... alles wat je noodig hadt, al was 't maar een kwart metertje lint of een reepje tulle, werd op je naam genoteerd... niets kwam daar uit of het was opgeschreven... zelfs de premières moesten er terechtkomen... twee gitten gespjes — alstublieft, — maar eeTSt aanteekenen... anders zou er ook maar niets verdonkeremaand worden!...

— „Die touffe rozen, verleden week, waar de knoppen uitgesneden waren!" zei Cateau met een schamper lachje.

Léontine trok een mal scheef gezicht, waarvan de andere de beteekenis scheen te begrijpen, want zij antwoordde dadelijk: „Ze wou het van morgen nog niet gelooven."

— In hun eerste atelier, op den Boulevard St. Michel, daar was het heel anders geweest... dat was een kleine zaak en daar ging alles veel gemoedelijker toe... Cateau had daar den rayon van de burgerkapothoeden gehad en zij, Leontine, maakte de ronde modellen van 9 frcs. 45... altijd hoeden van g frcs. 45... niet anders... maar je wist dan ten leste ook precies wat je nemen kon en hoevéél, om niet boven den taxe te raken... ze had toen in

Sluiten