Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— wie weet had de taartjeswinkel Mademoiselle niet te düür geleken! — zei nog een vriendelijkheidje over dien uitgang; en de schimmetjes dadelijk tegen elkaar, met vinnige oogzetjes en voorhoof dsrimpelingen:

— Zeg, merk je 't wel... ze is gister ook al met haar uit geweest... dat wil ze ons eens laten hooren...

Mademoiselle Villetard, even, meende iets te merken van een verdachten oogwissel, die niet te pas kwam... eigenlijk gezien had zij niets, zij had het gevoeld; zij bloosde en keek scherper toe.

De blikken van de meisjes, op weg naar elkaar, bleven plotseling steken in hun sluiperigen gang, tuurden even onschuldig-onnoozel rechtuit, gingen dan weer neer op haar werk.

Jozette begreep volstrekt niet, hoe die twee stijve, stuursche harken daar opeens bij mademoiselle Villetard ingekwartierd zaten. Zij zag haar doodsche, grijze japonnetjes, haar weinig verzorgde tanden, haar fletse, afstootend kijkende oogen... Zij werkten of haar leven er van afhing... en mademoiselle Villetard, die zij anders nooit een naald in de hand zag hebben, prutste ook al aan een theeservetje... enfin, des te beter, ze kon dan vanavond meteen flink aan haar eigen werk opschieten, een wit wollen jakje, dat zij zich voor den winter breide... ze vond het bizonder komiek, zoo dat kransje met hun vieren; net een verzinsel voor Villetardje.

Maar ze was toch heel vriendelijk en toeschietelijk, want ze merkte hoe het oude vrouwtje al haar best deed een aangenaam gesprekje algemeen te maken en hoe moeilijk dat ging.

Mademoiselle Villetard vroeg beurtelings wat aan de schimmetjes en aan Jozette; Jozette antwoordde naar de schimmetjes en de schimmetjes naar elkaar.

Sluiten