Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„En vinden jullie dat niet vermoeiend, zoo eiken morgen om half acht al met den omnibus?"

— „Och nee... vindt jij, Cateau?"

Cateau knikte van nee... „Jij toch ook niet, hè?"

— „Maar mijn overbuurmeisje hier, die is altijd nog het vroegst op van ons allemaal, geloof ik," zei mademoiselle Villetard.

— „O, alleen van 't zomer! Maar dat dee ik," lei Jozette aan de beide meisjes uit, „omdat het anders zoo warm op ons kamertje werd. 's Winters ben

ik vaak heel lui!"

Bij dat „ons kamertje" hadden de twee over haar borduurwerk heen een schuin oogschuivertie naar

elkaar, dan een schuin-gauw blikje op Jozette, om te zien wat voor gezicht die daarbij trok.

Toen, al haperend, kwam het gesprek eindelijk op de nieuwe ouvrière-restaurants, en dat werd een oogenblik wel genoegelijk over en weer. Het waren inrichtingen uit de laatste paar jaar, van na Jozette's tijd. Xij had er wel eens in de couranten over gelezen en er veel belang in gesteld; de schimmetjes nu waren overtuigde voorstandsters van die halfcoöperatieve ondernemingen; zij raakten er niet over uitgepraat: zooveel betaalde je maar voor een bord soep, zooveel voor een portie groente en vleesch, zooveel voor een dessert... wel honderd „midinettes" kwamen er iederen dag in hun lokaal... je was zeker, dat je er nooit knoeierij kreeg... en op 't eind van 't jaar hadt je nog aandeel in de winst...

Jozette luisterde met instemming... dat was beter dan het portie'tje onzuivere charcuterie, dat de arbeidsters vroeger vaak maar op een bank ergens verorberden om twaalf uur! Zij was ook verwonderd, dat die twee dooie nortrett-^n nnrr tAA nU

i — rj uii utii

hoek k nndpn Vnm

Sluiten