Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eerst op, zei stug goedendag, maar mademoiselle Villetard was in het oog loopend lief tegen haar en vroeg haar voor den volgenden middag ten eten. Die meisjes waren haar toch zoo tegengevallen, zoo onbeschaafd en zoo aanmatigend! Ze moest ten laaste nog een wenk geven van morgen weer vroeg uit de veeren, om ze weg te krijgen. Zij was nog vermoeider dan na het bezoek aan Cluny!

III.

De volgende dagen ging Jozette, van den morgen tot den avond bijna, met het oude vrouwtje op en neer; het heele huishoudentje beredderde zij en mademoiselle Villetard verklaarde, dat zij nog nooit zoo lekker gegeten had en nog nooit zoo kostelijk was bediend geworden, haar leven lang. Eenmaal bracht Jozette een mandje met peren mee en eenmaal een halven meloen, om een beetje de onkosten te vergoeden, die de andere voor haar maakte. Mademoiselle Villetard was daar zeer gevoelig voor geweest.

Met een onvermoeide toewijding bleef zij haar ondergrondsche bekeeringspogingen doorzetten, de morgens en de middagen en de avonden waren vol van onmerkbaren zachten drang en van omzichtige beïnvloeding. Door den avond met de- modistetjes was zij behoedzamer geworden. Maar den vierden dag had zij toch vrijuit durven vragen: „Liefje, wil ik eens moeite voor je doen?... voor een betrekking, bij goeie menschen... je bent zoo handig... je zoudt wel een huishouden met acht kinderen kunnen bestieren..."

— „En Aristide dan ?" had dadelijk verbaasd Jozette gevraagd.

Sluiten