Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

getroost, en, gul als ze was tegen menschen van haar eigen slag, had ze hem nog een boordevollen kom café-au-lait toegeschoven.

— Nee... gaf Louis toe, veel lol was er met zulk weer niet aan... Hij slurpte, vergenoegd alweer, zijn bak heete koffie naar binnen, gooide zijn grijs-trijpen werkzak over den schouder en vertrok.

Egaal-grauwe wolken wogen laag boven de van nachtregen klam beslagen huisblokken; er was een gure huivering diep in de windlooze lucht en het licht was vaal, als met een dunne asch doorstrooid.

Hij had een klein half uur te loopen. In de oude Rue de Grenelle waren zij bezig aan de verbouwing van een huis, dat met een paar verdiepingen opgetrokken werd. Aan den eenen kant, om de vensters, hadden de metselaars nog heele hoeken muur bij te vullen en aan den anderen kant werd al getimmerd aan het balkwerk van het dak. Louis met zijn ploeg was op de derde en vierde verdieping aan het beportlandeeren van de oude muren, die ze eerst hadden afgebikt.

Toen hij op zijn steiger stond en even wachten moest, omdat de opperman zijn bak nog niet gevuld had, zag hij, hoe een licht windje, dat uit het Westen kwam opgestoken, wat gang bracht in den loomen wolkenhang. De doffe grijsheid brak in wittige doorzichten, en vluchtige nevel-ijlten vloden daar voorbij.

De straat onder hem was nog leeg van menschengerucht; het hoevengeklapper op het asphalt van een raampjes-bibberenden omnibus, met niemand op den drijfnatten imperiaal, het eenzamer hoevengeklek, daarna, van een coupé'tje, dat was het eenige wat van den straat-bodem mee-sprak in de heldere veelheid van werkgeluiden uit het huis zelf: getik van

Een huis vol menschen. 20

Sluiten