Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ergens in de buurt, hij wist niet waar, werden, als luidruchtige vrijheids-verzuchtingen, de ijzeren stores van een winkel ratelend neergetrokken.

Er waren nu groote plekken diepblauw in de lucht gekomen, en de wind, die ijl en opwekkend was, voerde veel vage geuren mee of hij over een groot bosch naderwaaide.

— „Sacré chien de vent," gromde Louis. Dat verleidelijk gestrijk langs zijn haren... nou, in de koelte, lekker te flaneeren... hij zou er zoo wel uit willen loopen!

Daar boven, van zijn stelling in de nauwe Rue de Grenelle, had hij een gedachte-blik over het Parijs van dien dag; overal feestelijkheid, drukke straten, menschen, rijtuigen en alles met bloemen, karren en kramen met bloemen en alle café's vol!

Maar hij porde zichzelven tot werken aan: — kom, wat zou hij vijf franken dagloon in 't water gooien...

Dan, of het toeval het zoo wou, door een humeurigen afschamp tegen zijn trasbak, vloog eensklaps het blad van zijn troffel uit het handvat, duikelde door een reet en kwam twee steigers lager terecht. En toen gaf hij er plotseling den brui van...

Stiekem schuifelde hij de ladders af, ging in 't schafthok kwansuis zijn kapotten troffel herstellen, moffelde er zijn zak met werksloof en gereedschap weg, heesch zijn jasje aan en kneep uit...

Beneden, in de straat, was juist een zwenking van menschen den hoek om, de richting uit van den Bon Marché; hij, blij als een hoentje met zijn vrijen dag vóór zich, liep zoo maar zoetjes aan, zijn handen in zijn zakken en wat hoog in zijn rug, mee hun kant op.

Een rijtje van vier vrouwen ging er voor hem uit; zij waren donker gekleed; tusschendoor de arm-

Sluiten