Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

buigingen en over de schouders zag hij telkens iets fleurigs van bloemen; er was, in haar wijze van gaan, een gedempt-blijmoedige bedrijvigheid.

Dan kwamen, in de Rue de Sèvres, hem twee kinderen achterop; gauw stapten dp laaggeschoende, spichtig-zwarte kousebeenen; en gewichtig hielden zij hoog voor hun borst bosjes roode en witte immortellen, met wit-zijden strikken saamgebonden. Dat scheen allemaal naar Montparnasse te gaan.

Kijk, de Bon-Marché was gesloten; ervoor, op den hoek van het square'tje, stond een bloemenventer, en een oude dame, met een tuiltje wassige roosjes tegen zich aangedrukt, moeilijk haar portemonnaie bergend, drentelde juist van hem weg; vanuit de Rue du Bac stak jachtig een oud meneertje de straat over met een naakt-geel kransje aan zijn arm.

In de smalle Rue St. Placide werd het als een optocht, die zich dan, in de wijdheid der Rue de Rennes, tusschen veel andere drukte weer verloor.

Maar toen hij, bij de gare Montparnasse, de Place de Rennes overstak, stroomde het van alle zijden toe, en, gaandeweg, leek nu die bloemen-dracht hem minder vroolijk; het waren'vuile volksstraten die hij doorging, de zon was weer schuil-gegaan, en menige kerkhof gangster zag bleek en bedroefd achter haar rouw-sluier.

Louis voelde zich wat vreemd hier; hij was nog nooit, op Allerzielen, naar een kerkhof gaan kijken; wat wou je er doen, als je uit de „Enfants Trouvés" kwam ? hij kende alleen het verwijderde, dat feestelijk scheen... En als hij twee jonge vrouwtjes zag, die de zakdoekjes aan haar betraande oogen, een berg van margerieten in den arm torsten, werd hij opeens sentimenteel... hij zou ook iemand ergens op een

Sluiten