Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gebaar naar buiten, schoof dan 't ondergordijntje dicht, en stak over de tafel Carpentier zijn hand toe: „maak u zoo kwaad niet," zei hij, — waarachtig hij had geen absinth in zijn wijn gegooid; hoe kon hij dat nu denken? zij hadden maar zoo gelachen om zijn verschrikte gezicht...

Carpentier, bevend nog van opwinding en schaamte, liet zich flauw de hand schudden. Golven van loome dronkenschap sloegen hem door het lijf en benevelden zijn denken; hij gleê wat onderuit op zijn stoel en zat dof te glariën, of hij zoo in slaap zou vallen.

Bonneau en Legüenne keken elkaar nog eens aan, met een glimmenden knipoog; zelf werden ze ook wat bevangen door het koppig mengsel.

Alle vier zaten zij een tijdje, niet langer opgemerkt, hun roezen uit te vieren; de meiden voor 't raam waren verdwenen; in het vorderend middaguur raakte de kroeg vol rook en rumoer van om den toog staande drinkers; de zon was weg.

Robert, ziende hoe Legüenne's kop in een knikje voorover zonk, goot stilletjes de rest van zijn absinth naar buiten; dan vouwde hij zijn armen over de borst en sloot zijn oogen.

Na een poosje kwam Legüenne weer boven water; voorzichtig beurde hij het op zijn frontje gesukkeld hoofd... hij wou niet weten, dat hij even buiten westen was geweest; schichtig knipperde hij zich den vaak uit de oogen, maar zag dan de drie anderen nog zitten knikkelen en labberlotten en schrikte ze met een schrillen wildebeestenschreeuw weer bij hun positieven.

— „Twee beenen gebroken en zijn ruggegraat..." begon dadelijk, moeizaam, Louis weer te lamenteeren, die een buitengewoon naargeestigen dronk had dien dag en nog al over het ongeval van zijn Jean

Sluiten