Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En omdat de wijn zoo heelemaal niet koppig was, besloten zij nog een litertje te verschalken.

— „Maar dan er wat bij fourageeren!" kwam Legüenne opeens overeind, en als een man van ondervinding zette hij uiteen: je moest nooit een heelen middag zuipen zonder te eten... 't was trouwens het uur van het „goüter"...! Als zij eens wat mosselen verhapstukten!... visch was het beste om je darmen lenig te houden en den duivel te verlakken...

Vóór het groote café neven-aan, onder het zeil, had hij, in den hoek tegen het glas-tusschenschot, het dampend fornuisje al zien staan van den kastanjebrader en daarachter de stapeling van manden mosselen en sinaasappelen.

— Wacht, hij was zóó terug; hij zette de wijnflesch op de tafel, en, met het presenteerblad onder den arm, huppel-passend als een „garfon," stapte hij, bij 't gestamp en gejuich der anderen, naar het naaste café.

Vijf minuten later, trachtend het te balanceeren op één hand, kwam hij aan met zijn blad, beladen met een hoopje loodgrijze mosselen en een hoopje zwart-bruin-gerooste kastanjes in een hollen papierschuit.

Dat had een succes!

Zij neusden allen aandachtig bij en Legüenne verdeelde de portie's op de schoteltjes van hun glazen. Zij werden er stil van. Zij bogen de kierende schelpen open en plukten en pulkten, zoo goed en zoo kwaad als 't ging met hun stuurlooze vingers, den baard van het hompje geel-witte visch. De waard bracht een brood en brak het in vieren.

Louis, die mosselen nooit anders dan rauw gegeten had en te doezelig was om op te letten wat de

Sluiten