Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met een woeste vaart de rails over, en de anderen sukkelden achter hem aan.

Zij waren overigens in het beste humeur van de wereld en Legüenne droeg weer zelf den krans.

Toen geraakten zij in de ongenoeglijke wijde verlatenheden van den Boulevard St. Jacques, —einden doodsche gevels van kloosterachtige gebouwen en stukken blinden muur, en een half in puin gestort landhuis met een verwilderden tuin ervoor... Dan, recht voor hen heen, uit het grinten middenpad van den dalenden boulevard, verrees, als een eindelooze vermiljoenen bogen-laan, het in aanbouwzijnde Metropolitain-viaduct.

Bij het dwarshek, midden-over den weg, dat hen stuitte, stonden zij een oogenblik en keken in de diepte, hoe de rails daar uit den tunnel gleden en heen-ijlden naar een onzichtbaar-ver verschiet, tusschen ijzexspanningen aan ijzerspanningen, warrelend van kruisende steunstaven en hechtbouten in menieroode grondverf, — de boulevard, daaronder, zonk weg naar beide zijden, met zijn afzonderlijke huis-blokken tusschen lagere bouwsels, als in een diepen dal-kuil.

— ,,Kijk," peinsde hardop voor zich heen Robert, „die komt hier nou boven den grond, hè ? maar op de Place Denfert-Rochereau daar is ie ónder den grond, ónder de spoor van Sceaux onder den den grond," — „tu-sais, Philippe," zei hij tegen Legüenne, „toen dien dag met de vrouwen naar Robinson, toen waren we pas bij de gare DenfertRochereau boven den grond, nou en daar onder, onder den grond, weet je nog, onder de Place Denfert-Rochereau, daaronder..."

— ,,Hè, ik word er misselijk van," zei Louis.

— ,,Onder-onder den grond, daar komt ie onder..."

Sluiten