Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wees er op Louis — „had alleen drie cognacjes gedronken, dat wist hij pertinent..."

Legüenne was niet op zijn gemak; hij was 'tniet eens met zichzelf, of hij van zijn achterbaksche geld het tekort toch maar zou voorschieten... als 't op vechten uitliep... die huisfrik en die lummel lagen zóó voor de vlakte... alleen Bonneau stond z'n man... en als ze zijn twee vijffrankstukken vonden, dan kwamen de messen nog voor den dag... Hij rees op.

Carpentier ook; als die de duiten hoorde verrinkelen in zijn tabakszakje, brak het zweet hem uit van den angst. Bonneau, wat sullig verward, bleef zitten.

Toen streek de waard de twee francs veertig, die op tafel lagen, in zijn handpalm, raapte den krans, die onder den stoel was gevallen, op, bekeek het ding, verboog aan een in elkaar getrapten hoek de kralenboogjes, om te zien of ze weer in 't fatsoen te krijgen waren...

— „Je veux ben prend' ?a..." zei hij met een slimme zoetsappigheid, en zijn gluiperige oogen loensden begeerig; iederen dag kwamen er wel tien begrafenissen langs zijn deur, had hij gauw berekend; op het tafeltje buiten zou hij den krans neerzetten als een „occasion," voor „cent sous"...

Legüenne, met zijn roezigen wijnkop, moest eerst even nadenken; — dan viel hij op zijn stoel terug, sloeg met zijn handen op z'n knieën, en lachte zich half te bersten in een hooguit snerpend gegiechel.

— Bigre! dat was een farce!... „au revoir!"... met die kerkhof zottigheid gingen ze hun gelag betalen!...

Hij trappelde met zijn voeten van de lol.

Sluiten