Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWAALFDE HOOFDSTUK.

I.

Met een dollen kop was Célestin naar beneden gestormd...

Jozette had zich beklaagd; Jozette was tot tweemaal toe in de verlaten Rue Michelet door Lourty aangesproken, had ten slotte de wijk moeten nemen in den winkel van Millot, omdat die griezelige kerel maar al vlak achter haar aan bleef loopen...

— Daar moest een eind aan worden gemaakt; Jozette moest veilig alleen over straat kunnen gaan, wat drommel was dat!

En onbesuisd-heftig had hij het dorpelijk deurschelletje op de vierde verdieping aan 't rinkelen gerukt.

Het was madame Lourty, die open deed. Zij was alleen thuis. Met een zacht-verwonderde gelatenheid keek zij Célestin aan en vroeg wat hij verlangde.

Célestin stond even bedremmeld... ja, hij had zoo maar den vagen, woesten wil gehad „er een eind aan te maken"... hij had volstrekt niet overlegd, hoe alles gaan zou, wat hij zeggen moest en wie hij aan zou treffen.

Verward verzocht hij om een oogenblikje onderhoud.

Sluiten