Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Madame Lourty had even een huivering over haar kouden rug; dan, met afwezige gedachten, liet ze den vinger ribbelen langs de tralies der leêge papegaaie-kooi en keek somber naar buiten. Het werd haar zoo zwaar alles. Nu, reeds dagen lang, tobde zij over de nieuwe moeilijkheid der huurverhooging... de huishuur zou waarschijnlijk met 200 franken worden opgeslagen, was madame Carpentier komen zeggen... „de heele linkerhelft van 't huis," had ze er verdacht-schielijk bijgevoegd.

Madame Lourty voelde dadelijk, dat het een leugen was. Zij vertelde het Jeanne; die had gëinformeerd bij dokter Valency...

Valency lachte:... ja, dat was Madame Carpentier hem wezen verzoeken, of hij dit en dat zeggen wou, voor het geval men bij hem navraag deed... maar daar bedankte hij voor... er was niets van aan, van die huurverhooging voor iedereen... 't was alleen voor de Lourty's, om die het huis uit te krijgen.

Jeanne was woedend boven gekomen, maar voor ze nog een woord had uitgebracht, hield Madame Lourty haar terug: „ik wist het wel Jeanne, vertel maar niets."

— Dus zij alleen... maar wat dan?... zouden zij haar werkelijk opslaan?... of was het een dreigement?... zij had geen moed het de Carpentiers in hun gezicht te zeggen, dat zij logen... beleedigende blikken en beleedigende woorden, dat was alles wat zij terug zou krijgen... de huisheer?... maar die wist er natuurlijk van af, was gekend in de machinatie... O! al het minne en vernederende, dat nog telkens erbij haar arme, vervolgde leven besloop...

— En a 1 s ze haar opsloegen... ze zou niets aan

Sluiten