Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem zoo maar een eenvoudig en luchtig genot scheen.

Dan namen zij een trammetje en wandelden den middag in het Bois de Boulogne of gingen naar den Jardin des Plantes. Jozette, om Aristide plezier te doen, had van haar eigen geld zich een winterpakje gekocht, een klein ros-bruin bonten mutsje en een kort ros-bruin bonten manteltje; met haar hooge, bruin-gele rijglaarsjes onder uit den wijden bruin-laken volant-rok, leek zij wel, vond Aristide, een kleine, fijne Russische prinses. Hij was dan wel trotsch op haar, al was zijn ideaal van vrouwenkleeding ook een ander den laatsten tijd.

Op een van die uitgangen — 't was in de Rue Lafayette — zag Jozette eensklaps, met een scheut van schaamte-angst, een kennisje uit het gruwzame jaar van vóór Thierry door de roezige straat recht naar hen oversteken, 't Was haar beste kennis uit dien tijd geweest, bijna een vriendin; toch, in een ijl verweer van zelfbehoud, had Jozette de laffe aandrift, zich van het straatbeweeg af te keeren en Aristide naar een winkelraam te dringen. Maar de andere, met haar resoluten en wat opzichtigen gang, had de volte al doorkruist, was naast hen...

— „Tu ne me reconnais plus?" vroeg ze goedig.

Zij droeg een wat onfrisch pakje en hoed van lichtgrijs en oranje, een mode, toen al verouderd, en het geheel te zomersch voor het jaargetijde, 't geen armoedig stond; maar haar gezicht was niet onwelvarend.

Als Jozette die kleine bruine oogen, zoo gul in hun onbeschaamdheid, en dien wat wijden lachmond daar over zich zag, kon zij niet anders dan vriendelijk zijn, al neep ook, in een onbewust-vreesachtige beweging, haar arm plots Aristide's arm krampachtig tegen zich —:

Sluiten