Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERTIENDE HOOFDSTUK

I.

Al van vóór zeven ging Julie's muis-stille bedrijvigheid door het glanzend-zuivere appartement van mademoiselle Lefournier. Op vilten pantoffeltjes schuifelde ze over de blinkende parketvloeren van entree'tje en salon, bewoog onhoorbaar over de kleeden van het Japansch boudoir en de slaapkamer. Mademoiselle sliep nog; even maar had zij zich bewogen, toen Juiie, zoo zacht toch! de ijzerrinkelende klep van het haardje omhoog had gehaald.

Hu, wat was het koud, en donker; je kon wel zien, dat 't bijna Kerstmis was... Buiten stond een geel-vale, schemerige mistmorgen, en al was de groote vulkachel in het salon alweer op warm gesteld, — met de open ramen, die Mademoiselle daar altijd wou des nachts, bleef het nóg kil in 't appartement.

Op haar knieën lag Julie voor het haardje en lei bedachtzaam de kleine harshoutjes in den roosterkorf; dan ging zij in de keuken een fidibus aansteken, om niet dat geschraap en de leelijke lucht der zwavel-lucifers te hebben.

Door de nog nacht-duistere kamer liep even later de kleine gedaante met over haar heen en wankelend

Sluiten