Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bloempotjes haar zeven kippen rondscharrelden... zij had nooit een haan willen nemen, omdat zij wel wist, dat daar aanmerking op gemaakt zou worden in een huis als dit.

„Nou... wat is het...?" riep Herz uit de slaapkamer. In zijn grijs-bruinen borstrok, met het onnoozele witte frontje daar boven op, zijn natte haren naar voren gekamd en den kam, die de scheiding nog maken moest, in de hand, kwam hij nieuwsgierig aangeloopen.

Madame Dutoit, in haar raam-hoekje gedrukt, keek nog naar buiten.

„Wat er is ? dat er een haan rondwandelt beneden, die er morgen niet meer zijn zal," zei ze; dan ging ze terug naar de slaapkamer, om 'gauw zich verder aan te kleeden.

Bij 't weifelend schijnsel, dat van de flakkerruischende gasvlam door de open keukendeur viel, was Jeanne aan 't werk in 't nog nachtelijk entrée'tje van dokter Valency's appartement.

Zij had 't bizonder druk; zij had alle glaasjes van de Moorsche lantaarn afgestoft en de twee rijen Chineesche maskertjes weerszij de voordeur... nu was ze, op een stoel staand, aan 't blazen en poetsen op de klingen en gevesten van de wapentrophee: vóór Kerstmis wou ze al haar diensten nog eens extra opknappen, en bij den dokter vooral moest het netjes zijn, want die verwachtte vrienden met den Réveillon.

Zijn bloote kuiten uit den witten burnous, als in den zomer, kwam Valency het serre-achtig doorstoofd, muf-sterk riekend appartementje door. Hij had nukkig niet gegroet. Als hij de studeerkamer al binnen was gegaan, rukte hij bruusk de toegedofte

Sluiten