Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de feestdagen, hem had meegegeven, appels die smolten op de tong, en drie flesschen ciderwijn, die hij den vorigen dag van het nieuwe vat in zijn keldertje was gaan bottelen, en een zak met fijne biscuits voor 't dessert, waarbij Jeanne dan weer een pot van haar kersenconfituren deed en een blikje sardines voor de „hors d'ceuvres."

Legüenne, die altijd iets ongewoons verzon, had een flesch Engelsch mosterdzuur gekocht, dat zij bij de gerechten moesten eten, en vier miniatuurflaconnetjes nagemaakte Bénédictine en Triple Sec.

En om half negen eindelijk, als de mannen al begonnen te roepen over hun rammelende magen en de kaarsen bijna waren afgebrand, kwam Jeanne met haar pintere plezierigheid in de tusschendeur zeggen „que ces messieurs étaient servis."

— Sacré nom! wat een gala-disch was dat! Op het glanzend-witte tafellaken de vier blinkende couverts en de vier dampende borden eiergele soep; in het midden, onder de lamp, de schaal met appelen, al de blozende koonen naar boven gekeerd, en daar-rond, elkaar flankeerend, het dessert en de hors d'ceuvres, de confituren en het bord biscuits, de sardines en een schotel aardappelsla!

— Sacré bon sort, wat zouden ze schransen! wat een rijkelui's Réveillon! — Op het fornuis stonden de entrecötes en de boontjes zoetjes te smorrelen voor zoo-met-een, en de haan, kant en klaar, was in den zachten oven gezet om warm te blijven.

De vrouwen hadden nu de werkschorten opzij gelegd, zaten in haar feestkleeren aan tafel, Jeanne bizonder frisch en bij de pinken in haar paaTs blousje met witte biesjes, Gabrielle bijna mooi onder het roodgele lamplicht in haar mat-steenroode kleed, dat hoog om den hals sloot met opzij een donker

Sluiten