Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Op 't mollig slaapkopje kwamen ze altijd weer terug.

En rustig kon Hortense nog een kwartiertje rekken als dat zoo viel, want sinds in December Gabrielle naar. het ziekenhuis ging, had ze een vaste afspraak met de oude Antoinette; die was stipt, bleef in de loge; die vond het een verzetje, had vrij vuur en koffie zoo'n morgen en was altijd content.

Maar op dezen ochtend van den „grand terme," sinds de vroegte al in haar middagkleeren, zat madame Carpentier in de loge en hield ontvangdag voor het huis.

Eerst verscheen Julie; — die, als gevolmachtigde van mademoiselle Lefournier, werd met een ernstige onderscheiding behandeld, maar als het geld was nagezien en de quitantie overgereikt, schonk Hortense haar vriendschappelijk een glaasje „menthe": — een druppeltje maar wou ze, zei Julie, wat overdreven, een druppeltje maar... het was nog zoo vroeg...

Dan daagde madame Dutoit op; bij het huurvoldoen kwamen er nooit onaangenaamheden voor, zij waren meenens vriendelijk allebei, met veel Madame Dutoit's en Madame Carpentier's over en weer; voor madame Dutoit was het punctueele van zulk een afbetaling als een oogenblikkelijke zielsbevrediging in haar rusteloos bestaan; en voor madame Carpentier een oogenblikkelijke bekoeling tot de meer normale levensbeschouwing, dat, wie zonder mankeeren betaalt, een respectabel mensch is.

Tegen elven, met zijn mimiek van „hé ja... dat zou ik daar bijna vergeten!" — kwam monsieur Gros de loge binnen, haalde uit een dikke zakportefeuille een stevig pakje bankpapier, alsof hij dat altijd zoo bij zich droeg, en spreidde zijn vijf lapjes van vijftig uit. Hij bleef dan even een praatje

Sluiten