Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zwartheid, waarvoor zij rillende de oogen sloot; en zij deed dan maar weer haar best, alle hindernissen uit den weg te ruimen en wat vriendelijks in huis te brengen, om Alphonse en Etienne, — en ook om zichzelve... Zij was zoo moe, zoo hopeloos moe den laatsten tijd, van al dat verdriet en al die onrust, die haar nooit respijt lieten. Tè vaak voelde zij de oude wilskracht verslappen en een lafheid haar paaien om in godsnaam de dingen te laten loopen zooals zij loopen wouen...

Over de huur werd niet meer gesproken.

Maar den vorigen avond was Alphonse, onverwachts, met zijn hoed op, zijn stok in de hand en zijn winterjas over den arm, de kamer ingekomen, hij zag zeer rood; — hij moest even naar de post, zei hij, en, a propos, zij zou honderd francs van haar huishoudgeld bij moeten passen morgen... hier waren de overige vijf-en-zeventig... een bankje en vijf frankstukken lei hij achteloos op den hoek van 't tafeltje bij de deur...

— Honderd franken bijpassen! honderd franken!... Zij bezat er acht-en-veertig voor heel de halve maand, die ze nog voor den boeg hadden! Honderd franken...!

Zij had niets gezegd, niets gevraagd. Zij wist hoe zielig Alphonse knoeien kon, als hij tekorten moest verklaren.

Den ganschen nacht had zij geen twee uur geslapen. In één zenuwspanning maakte zij plan na plan, ze alle weer verwerpend... iets wegdoen, had ze gedacht, of beleenen... haar armband, haar horloge, een paar ringen?... of naar de vriendinnen Clairet in Boulogne gaan?... Die waren altijd zoo lief en deelnemend, Elise en Angéüque, allebei... Die zouden haar wel helpen willen... Maar hoe

Sluiten