Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zenuwachtigheid het mist-vage Observatoireplein over; zij haastte haar loome voeten voort om toch geen minuut te verliezen: vóór twaalven moest zij het geld hebben... Maar plotseling, als aan den overkant van den Boulevard Montparnasse iemand het kleine zwarte postkantoortje binnenging, schrok zij terug. Zij zag zich daar, in het nog leege lokaaltje, wachtende voor het loket, na haar papier te hebben overgereikt; de juffrouw achter het rastergaas, tellend de woorden, zou haar noodkreet lezen om dadelijk honderd franken... die zou haar aankijken, nieuwsgierig, beklagend... het zou de lange blonde zijn, de kieschkeurige vingers vol ringen, of het bitse juffertje met het lorgnet, of het eigengerechtigd meisje met de haren in een netje... als naakt in haar ellende zou zij daar staan voor die vreemde en toch half bekende vrouwen.

De weifelende voeten hadden haar nog tot midden op den boulevard gebracht; dan keerde zij eensklaps om, joeg weer terug naar huis... Nee, niet daar, dat was haar onmogelijk... naar een onbekender „bureau de poste"... het duister kantoortje van de Rue de Vaugirard, daar zou ze gaan... Maar zij was nog niet aan de Rue Barral, of ze had al spijt over die zwakheid... Als ze maar even doorgezet had, was 't nu al gebeurd... Het andere bureau was zeker tien minuten ver; de Luxembourg zou nog niet open zijn... Een kwartier wel had ze verloren!

Ze voelde haar schouders schriel samentrekken van koude en verlatenheid en angstige jacht. Een leege verschrikking zat haar in het hoofd... o, het langs-moeten, zoo meteen, van het loge-raam... zij zou er voorbijschieten als een dievegge... en de Carpentiers, die dat zien konden...

Toen ze aan hun huis terugkwam, en, terzijde de

Sluiten