Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij snelde naar de post, spoedde zich weer naar huis.

Toen zij boven kwam, zat madame Lourty, met haar hoed nog op, aan tafel.

— „Moed houden, Madame, moed houden," zei Jeanne monter, „voor twaalven is het er zeker."

Madame Lourty lachte haar met een weemoedig knikje toe; zij was niet boos, dat Jeanne het telegram gelezen had, zij schaamde zich niet voor Jeanne over haar hulpbehoevenden staat; — 't was haar een diepe opluchting, dat de andere deze bekommernissen nu met haar deelde.

De twee vrouwen, als in heimelijk overleg, togen dan beiden met een koortsigen ijver aan allerlei werk, om door die drukte den zwaren tijd van het wachten te korten.

Madame Lourty hield haar mantel aan, legde naast hoed en handschoenen haar identiteits-papieren klaar, om dadelijk bij de aankondiging het geld te kunnen gaan halen.

t Was Jeanne nog nooit zoo moeilijk gevallen als deze maal, om met den klokkeslag van negen het appartement van madame Lourty te verlaten; het vrouwtje zelf voelde als een troost haar ontzinken, al hadden zij ook geen woord meer over de zaak gewisseld.

,,'t Is pas negen uur," zei Jeanne alleen, met beteekenis, toen zij heen ging.

Etienne was al met zijn gewone morgen-onstuimigheid naar school gegaan. Tegen half tien kwam Lourty te voorschijn; aan een klein tafeltje in den salon, bij de zacht brandende vulkachel, — dat wou hij zoo, hij kon 's morgens geen geloop en huishoudelijke bereddering aan zijn hoofd verdragen — ontbeet hij.

Een huis vol menschen. 26

»

Sluiten