Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Madame Lourty hoorde hem daar binnen steunen en stil-druk in zichzelf praten. Bij den opgewonden toestand, waarin zij al verkeerde, ging als een bijna ondragelijke kwelling dat sombere, donkere gefluister van achter de dichte deur haar door de pijn-zware hersenen.

Toen hij eindelijk met zijn trieste, verloopen gezicht, rooder tiog dan vroeger, maar strakker en magerder, als uitgemoord door heete gedachten, in het entree'tje stond, zijn jas aantrekkend om naar zijn bureau te gaan, zei ze: — „neem je déjeuner maar bij Brocart, Alphonse; ik moet misschien uit..." Zij gaf hem er 1.50 fr. voor. Hij moest liever niet thuis zijn, als er moeilijkheden kwamen. Over het geld van de huur had hij niets meer gezegd.

Een oogenblik, in den grijzen mist van al haar oogenblikkelijke benauwenissen, gaapte weer de peillooze zwarte verschrikking van die toekomst, waar ze maar nooit aan dacht...

En toen, alleen in de stille kamers, begon dat angst-gespannen wachten, waarrond een onzeker gedachte-ijlen doomde en vervluchtigde op den tragen gang van lange minuten aan minuten, die uitdijden tot uren.

Soms, in een momenteel vergeten, dwaalde haar denken weg naar vastere beelden; naar vroeger, de eerste maanden van haar huwelijk, verbijsterend gelukkig wel, maar toch schril, bijna bang... den zachten tijd van verwachting, toen ze zwanger was geworden... maar al gauw de schrijnende teleurstelling van haar miskramen... het folterende wantrouwen den tweeden keer... het ontdekken eindelijk van wat Alphonse deed... de geboorte later van Etienne in een al zoo lang ontluisterd leven...

En Etienne... hij had zooveel van zijn vader...

Sluiten