Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En Madame moet niet schreien... Ze moeten niets merken... gauw..."

Het vrouwtje vroeg niet meer, hoe Jeanne aan dit geld kwam, of ze 't wel missen kon... als een kind liet zij zich gezeggen, ging uit het nachttafellaadje de 75 francs halen. Zij wiesch haar gezicht, bette haar oogen, poeierde zich even. Twee helderheden waren er maar in haar hoofd: ze moest zich groot houden voor de menschen beneden... en Jeanne mocht nooit weten, dat Carpentier er al met zijn quitantie was geweest.

Zoo ging ze, als in een droom.

Naast den zwaren leunstoel die, uit den raamhoek gehaald, met den rug naar de deur midden in de loge blokte, stond gedienstig Carpentier toe te kijken over het tafelblad, waarop de bolle roode handen van den man achter den leunstoelrug de stapels zilver, en goudgeld schikten.

Toen madame Lourty de deurklink deed klikken, had Carpentier een verschrikte hoofdwending en de ander, met zijn breed, goedig dogge-gezicht, kwam, naïef-nieuwsgierig bijna, om den rand van den stoelrug heengegluurd...

Het vrouwtje zag, dat zij over haar aan 't praten waren. Dat joeg haar al dadelijk het bloed naar de wangen. Maar zij zette zich schrap.

— „Ik heb u laten wachten... het spijt me," zei ze, en telde wat gejaagd het geld uit op tafel... het duurde lang, want ze had haast enkel zilver... O! ze moesten het wel voelen, dat het geleend geld was, dacht ze, aan die rijen van muntstukken, vijffranken, tweefranken, franken, 't zag er bijeengescharreld uit... als zij op het eind het bedrag

Sluiten