Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eigenlijk niet thuis... 't Mag een charmante jongen zijn..."

Carpentier maakte een breed-gewichtige lippenmimiek onder zijn wijduitstreuvelend snorretje: — „Een artistje, dat toekomst heeft! Wacht maar,

hij krijgt nu al bestellingen uit de groote wereld..."

— „Tiens tiens" kwam goedkeurend Reuilly, die op zijn manier zich wel voor de kunst interesseerde.

Carpentier wou nog iets zeggen, maar Aristide, die halfweg de trap was omgekeerd, verscheen weer aan de logedeur; hij kwam binnen.

— „Bonjour messieurs!" groette hij hupsch.

— „Monsieur Reuilly... de propriétaiTe..." zei Carpentier met een eerbiedig en ingenomen voorstelgebaar, alsof dit voor den ander een heugelijke ontmoeting moest zijn; zijn stem had dat mengsel van gewichtigheid en gevleide gemeenzaamheid, dat de vertrouwelingen van groote personnages hebben in bijzijn van derden.

— „Dat dacht ik al," zei Aristide, terwijl vaderlijkvergenoegd Reuilly hem zat aan te kijken, — „daarom kwam ik juist even informeeren... voor 't geval ik eens verhuizen ga... wanneer moet ik dan waarschuwen ?"

— „Acht April verhuizen, vóór acht Maart waarschuwen," zei Carpentier, zakelijker dan hij anders gedaan zou hebben, nu de eigenaar erbij was.

Aristide maakte z'n kleine hoofdbuiginkjes als om te zeggen, dat hem dat schikte.

— Monsieur Baroche wou hen dus verlaten ? vroeg Reuilly, en met een knipoogje tegen den concierge: „ik wed dat onze „grand artiste" er minstens met een gravin van doorgaat!"

Aristide lachte; hij streek over zijn kinbaardje;

Sluiten