Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zijn aandeel, gaf dat op zijn beurt aan madame Dutoit. Vervolgens, of hij nu eerst recht op die quitantie had gekregen, streek hij ze open, en halfomgewend naar het licht, las hij nauwkeurig elk woord, dat er op het gedrukte formuliertje ingevuld stond, keek even kippig-scherp toe boven de naamteekening en den datum; dan, zijn breed-rond jodenrugje — het eenige wat er teekenend Joodsch aan hem was — over het schrijftafelblad gebogen, zocht hij uit een ander loketje de gele envelop, waarin hij al de huurbewijzen van sinds hun samenwonen bewaarde. Buiten-op schreef hij, met zijn kriebeligfijn schrift, onder het derde, halfvolle kolommetje, den nieuwen datum: le 15 Janvier 1904. Hij zag het papiertje nog eens vluchtig over, haalde het pakje quitantie's uit, vouwde de nieuw-bijgekomene er omheen, en terwijl hij het dubbelgeslagen dikke bundeltje blaadjes met een koopmans-duim-beweging even langs den rand openritselen deed — een stilvergenoegd constateeren van hoeveel er reeds waren! — zei hij: ,,de drie-en-veertigste!"

Madame Dutoit wist, dat dit komen zou; zij kende het van zoovele vorige malen; er was dan altijd in de stem van Herz iets zoo bizonder aandoenlijks van dankbaarheid en verheugenis, dat het haarzelve warm en week werd om het hart; het leek haar het mooiste oogenblik van heel de drie maanden.

Maar ditmaal was er in den toon van Herz iets nog veel innigers geweest en iets angstvalligs tegelijk. Dadelijk erop had hij haar aangezien, zacht en vol gedachten, en als met allerlei onuitgesprokens, dat hem naar de lippen drong en dat hij niet zeggen dorst...

— „Wat is er, Charles?" vroeg madame Dutoit, onrustig en wonderlijk ontroerd; zij leunde voor-

Sluiten