Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tegenwoordig bedrijf... ze had ook wel een vaag vermoeden, dat het verkoopen van aardewerk, in een waarlijken winkel, aan allerlei slag van menschen, haar opzichzelf minder genoegen zou geven dan het aanprijzen van hoedjes aan haar abbé's... vernederender, én saaier... haar abbé'tjes waren altijd zoo beleefd... zoo verlegen dikwijls... ze konden er zoo inloopen... Maar tóch was het prettiger, een groote zaak, beneden aan straat, in een mooien winkel op een mooien stand... en zij daar meesteres... meesteres over het porcelein van Saargemünd... Saargemünd, dat niet tégen haar geweest was, maar zich aanbood tot haar dienst... Ze had een gevoel, of ze in Herz haar altijd dreigende obsessie, Saargemünd, overwonnen had.

— „Ja, ik kan het nu niet vinden..." zei Herz weer, en dan, bedremmeld: „maar dat wou ik nog zeggen... ik schrijf zoo slecht... jij hebt zoo'n mooie hand... en dan behoeven wij dat niet aan vreemden over te laten... als jij de „caisse" op je wou nemen... 't zou ook wel minder vermoeiend voor je zijn, misschien, met je been... ik zie al zoo'n mooi eiken bureau'tje met geslepen glas..."

— „Ik zet mijn Germaine in een glazen kastje!" grapte hij verlegen.

— „Charles!... tope!" zei madame Dutoit uitbundig, en hartelijk lachte zij, „maar het glazen kastje, dat mag je houden!"

Sluiten