Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maand zou zij zich aan het Ministerie van Koloniën kunnen aanmelden voor de honderd franken, die Legüenne op zijn bezoldiging voor haar moest laten staan.

Zij had het nog nooit zoo naar haar zin gehad als in dezen tijd; haar schuld bijna betaald, vast geld iedere maand in 't vooruitzicht, een man, die den heelen dag thuis en in zijn humeur was en die dan voorgoed verdween! Met het oog op haar aanstaand onbestorven weduwschap, kocht zij zich een zwart fluweelen blouse, die zij voorloopig nog met een groote, violette of oranje1 tullen choux aan den hals opvroolijkte, wat haar bijzonder mooi stond. Tienmaal op een dag kwam zij bij Legüenne in den tuin kijken, bracht hem, met haar verliefderig oogengelonk, kopjes koffie en glaasjes likeur.

Het waren heldere, zonnige winterdagen. In het achterste tuintje, vlak onder de hooge klinkermuren, waar nog boven uit de met den bladerval blootgekomen gevels, vuil-geel en grijs, van naburige huizen rezen, — daar, op dat braak stukje grond naast de vervallen kelderschuurtjes, waar het altijd kil bleef, lag nog een grauwig-wit eilandje van sneeuw, die begin December gevallen was. Maar overal verder, in de meer naar voren gelegen tuintjes en op het middenpad, zag de aarde zacht zwaar-zwart, als na een vochten winter met weinig vorst.

Aan de raster-schutting van het derde tuintje links, waar des zomers diep in de schaduw de groote fluweelige fruitschaal-bladen gloeiden, hing er in de wirwarrende stengels nog zoo een enkele te bengelen, ziek flets-groen, alsof die in het najaar het welken vergeten had en nu wel dacht het volgend seizoen te halen; ervoor, glimmend als in den zomer, doch opener onder het koudere licht, lag het

Sluiten