Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wichtloosheid dier verwrongene stengelkoorden, en een afgescheurd flardje stof, met schichtige uitschietingen, flapperde daar telkens mal tusschen uit.

Maar als eenmaal de. stralende winterzon door de hooge, ijle olmkruinen vol in den tuin stond, werd opeens alles toch wel plezierig om aan te zien. lederen dag verloor het sneeuwperk een randje van zijn omvang en als een lage tochtvlaag het zeildakle bol blies onder de dorre slingers, dan leek hèt een zeiltje met zijn touwwerk van een bootje op zee, en het flardje, dat opslierde, wapperde als een wimpeltje mee op den wind.

Legüenïie, 's morgens vroeg, als de tuin nog beslagen zag van nachtkilte, werkte er in zijn duffelsche jekkertje, en hij dacht met een zotten grijns in zijn kop aan het warme nikkerland, waar hij nou gauw wezen zou, de palmboomen en de woestijnen, waar je de eiers kookte in het zand... Des middags, als hij 't warm kreeg van den ongewonen handarbeid, trok hij zijn jas uit, stond m zijn flanellen hemdsmouwen en vest, zijn hoed achterop het vèr kale voorhoofd, en dacht weer aan zijn Sénégal... bijna moedernaakt kon je daar loopen van den morgen tot den avond en een winter hadt je er niet. Hij vond het een ongezouten mop, dat hij 't in zijn kop had gekregen om daar heen te gaan... Van het litertje bij le Père Boubelinot en het litertje bij Barbotte en het litertje bij Reluquard had hij zoo dubbel en dwars genoeg! Hij verdufte hier, altijd in datzelfde Parijs; 't werd tijd, dat hij eens wat anders te beleven kreeg*.

En fijntjes pinkend met zijn kippig grijze oogen boven het mikken van den hamer op de spijkerkoppen, schurkte hij zijn rug van de pret, die hem in het lijf jeukte. Hij paste precies met zijn ellemaatje

Sluiten