Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij herdacht ook, hoe hij dertien jaar lang, zoo bij tijden en wijlen, haar man was geweest... met haar wrakke gezondheid 'was ze toch nog verliefderig... ze verbeeldde zich zijn heerige gezicht met het kale viveurs-voorhoofd en den dunnen lachmond, waaruit altijd het ongedachte te verwachten was... Bij den dag ging zij er slechter uitzien, zoo zelfs dat Aristide, die haar in de gang was tegengekomen, vroeg of zij weer poseeren wou voor het onvoltooid gebleven doek; maar zij weigerde uit een soort lusteloosheid en zei, dat het niet paste voor een verweduwlijkte vrouw...

In haar oud grijs morgenjasje zwierf zij door het huis, tot in den middag soms; maar dan 's avonds ging zij plotseling uit met een vuurrooden matelot op en een wijde roode voile voor, kwam eerst laat op den avond als ter sluiks weer binnengeschoven; madame Carpentier was al van plan haar eens na te gaan, om te zien, wat zij in haar schild voerde.

De derde week in Februari kwam er bericht van Legüenne; een prentbriefkaart met twee naakte negerinnen, enkel een paantje om de lendenen: „De eene is mijn huishoudster en de andere mijn kokkin" had hij er onder geschreven. Dat was het ©enige wat zij van zijn reis en aankomst en leven daar te hooren kreeg. Maar zij vond het bizonder grappig, zij fleurde er heelemaal van op, en met haar dubbelzinnig gezicht, omdat het haar wat schuin toeleek, liet zij iedereen de kaart zien.

Den eersten Maart, stemmig in 't zwart, ging zij naar het Pavillon de Flore, beurde haar honderd franken en kocht zich in de Grands Magasins du Louvre een blauw-en-groene weerschijn-zijden parasol en een flesch odeur.

Sluiten