Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— „Vraag een attest van den dokter, Gabrielle," ried Jeanne goedig; „als die verklaart, dat zoo'n warm land je dood is, dan kan Legüenne je niet dwingen. Je hebt het hier goed."

Maar Gabrielle wou van niets hooren. Zij kon een mooi voorschot krijgen voor haar uitrusting en overtocht en zij ging naar den Sénégal. Zij begon met eerst éen voor éen haar drie kippen op te eten en het stuk kippenhok, dat er nog stond, te verkwanselen aan den melkbaas. Zij had iets fanatieks in haar oogen gekregen, en met een dwaas dwependen lach over haar weggeslonken schrille gezicht, sprak zij met iedereen, dien zij maar aan kon klampen, over de aanstaande reis.

Haar uitzet ging zij bij portietjes kant en klaar in de Samaritaine koopen, want ze was veel te zenuwachtig om een steek zelf te doen.

Jeanne kon haar toevallig helpen met het van de hand zetten van haar meubels; tegen 50 franken wist ze een liefhebber voor het bed met toebehooren en, voor 20 franken er bij, nam die 't fornuis ook nog.

Wie zich in het huis het warmst maakte over de gebeurtenis, dat was de Duitsche van den rezde-chaussée. Ze had altijd gevonden, zei ze, dat die vrouw de mooiste oogen had, die zij zich zou kunnen droomen; gazellen-oogen; oogen waarin een eeuwig verlangen lag en een eeuwig heimwee, „durchgeisterte Augen!" En zij vond het hartroerend, de echtgenoote, die zoo plichtgetrouw haar slechten man tot in het verre Afrika toe volgen wilde...

Zij kocht, voordeelig, van Gabrielle een blauw koffieserviesje en gaf haar een paar ouderwetsche wit-kanten handschoenen cadeau, die zij daar in het warme land wel zou dragen kunnen.

Op een morgen, tegelijk, beiden gekleed om uit

Sluiten